Zo herken je een groeisprong of slaapregressie bij je slecht slapende baby

Leestijd: 2 minuten

Deel 2 Gebruiksaanwijzing. Tijdens een groeisprong merk je goed waarom je baby vaker wakker wordt (voeden). Tijdens een slaapregressiemoment hoeft die link er niet te zijn. Je baby wordt vaker en eerder wakker, maar je weet eigenlijk niet waarom. (Dat klopt, want de oorzaak zit in zijn koppie en niet in wat jij of hij doet). Wat ze wel gemeen hebben met elkaar is dat een slaapregressie impact heeft op een groeisprong en vice versa.

Een groeisprong of slaapregressie?

Zoek je een vuistregel? Gebeurt het ineens en weet je niet waarom, wat je ‘verkeerd’ doet? Dan heb je vaak met een slaapregressie te maken. Zie je het aankomen, neemt het gestaag af, duurt het een weekje en krijg je er een scala aan nieuwe trucjes bij? Dan heb je een groeisprong te pakken. Voor slapen betekent dit dat je bij een groeisprong beter even mee kunt gaan met je kleintje en dan weer ‘herpakt’, waar je bij een slaapregressiemoment soms echt even aan de bak mag om het wiel opnieuw uit te vinden, de nieuwe gebruiksaanwijzing van je kleintje te schrijven.

0-2 maanden: rood licht.

Geen nieuwe dingen doen of introduceren. Je baby begint aan zijn eerste ontwikkelfase (Oriëntatie) en is bezig met zijn basishechting. Hij krijgt op de leeftijd van zes weken een circadiaans ritme, dat verandert alles in slaapland.

4-6 maanden: rood licht.

Het eerste slaapregressiemoment is daar. Je baby gaat ook naar de tweede ontwikkelfase (Acties en resultaten) en heeft voorspelbare reacties nodig. Slaappatronen veranderen. Pappen en nathouden is hier het devies, zorg dat je niet teveel onwenselijke slaapassociaties ‘maakt’. Je ritme is een wakkertijd van 90 minuten.

8-12 maanden: rood licht.

Het tweede slaapregressiemoment is aangebroken. Het is één van de slechtste momenten om aan het slapen te werken. Zowel bij zijn ontwikkeling als hechting gaat je baby ook nog naar een nieuwe fase. Dit regressiemoment heeft alles met slaapconsolidatie te maken, het samenvoegen van de slaapuren. Je baby gaat ’s nachts gewoon beter / langer slapen, net als grote mensen dat doen, en heeft daardoor overdag minder uren nodig. Zo’n 2-3 uren overdag (gedurende 2-3 slaapjes) is dus prima. Volg je het 2-3-4 Ritme, krijg je ook geen ‘slaapjesstaking’.

En daarna?

Zorg ervoor dat je baby lekker in het 2-3-4 Ritme zit en blijft, die begint rond de leeftijd van acht maanden en werkt nog wel een poosje! En bedenk hoe cool dit toch eigenlijk is. Dat een baby zo voorspelbaar, zo perfect, zo mooi bloeit tot een dreumes. Dat de ene baby echt niet de ander is, maar het groeien en bloeien, de ongrijpbare veranderingen, juist weer zo lekker in stapjes gaat. Hoe mooi is het dat een ukkepukje met een ander slaapbrein wordt geboren, juist zodat hij vaker gevoed kan worden en niet te diep (gevaarlijk) kan gaan slapen. Dat die slaapjes er overdag zijn, nodig zijn en mogelijk worden gemaakt, juist om te kunnen verwerken en te groeien. En dat het groeien weer zorgt voor nieuwe slaapmogelijkheden. It’s magic..

Geschreven door Stephanie Lampe voor Vivonline

 

Geef een reactie