8 tips om je kinderen gezonder te laten eten

Leestijd: 3 minuten

“Lust ik niet!” Of: “Ieh! Wat is dit?” Je kind kijkt naar zijn of haar bord alsof er iets heel smerigs op ligt. Daar gaan we weer! Na een diepe zucht, hoor je jezelf zeggen: “Als je je bordje netjes leeg eet dan…”

Herkenbaar? Wees gerust. In bijna elk huishouden komt het voor dat kinderen liever snoepen dan gezond eten. Het maakt niet uit of ze een snoepje nog nooit eerder hebben gehad, ze stoppen het zonder mokken in hun mond. Natuurlijk zijn er jonge culinaire fijnproevertjes, maar ook voor kinderen met een minder verfijnde smaak is er hoop. Hoe?

Lees deze 8 tips voor meer plezier aan tafel én rust in je hoofd.  Omdat je weet dat je kind genoeg gezonde voedingsmiddelen binnenkrijgt.

1.             Geef het goede voorbeeld

Kinderen kopiëren het gedrag van hun ouders. Dit geldt ook voor eetgedrag. Als jij een gezonde houding hebt ten aanzien van eten, dan is de kans groot dat je kind dat van je overneemt. Laat zien dat je geniet van het eten en vertel dat gezond eten heel belangrijk is. Dus allereerst de vraag aan jezelf: hoe is jouw ‘relatie’ met eten?

 2.             Leg uit waarom gezond eten zo goed voor je is

Doe dat op een manier die tot de verbeelding spreekt. Vergelijk het lichaam bijvoorbeeld met een auto. In een auto doe je brandstof om te kunnen rijden. Als je er iets anders in doet, dan krijgt de auto problemen. Stop je er dingen in die slecht zijn, zoals suiker, dan komt er allemaal zwarte rook uit de uitlaat of loopt de motor vast. En stop je er niets in, dan rijdt de auto helemaal niet meer. Je kunt het lichaam ook vergelijken met een fabriek die belangrijke stoffen nodig heeft om goed te kunnen draaien. Daag je kind uit om te benoemen welke voedingsmiddelen niet goed zijn voor de motor of fabriek en welke juist wel. Zo worden ze bewuster. Ook geef je ze het gevoel dat ze het zelf heel goed snappen, omdat ze jou mogen vertellen welke voeding goed en welke fout is.

3.             Heb geduld, besef dat smaakpapillen zich moeten ontwikkelen

Vooral bij kleine kinderen zijn de smaakpapillen nog in ontwikkeling. Het eerste fruithapje veroorzaakte misschien een vies gezicht, maar het tiende niet meer. Smaak moet opgebouwd worden. Gemiddeld wordt een smaak pas herkend of geaccepteerd na tien keer proeven. Begin met zachte smaken zoals pompoen, courgette, komkommer, snijbonen, worteltjes, sperziebonen, ontvelde tomaten en doperwtjes. Bouw daarna langzaam op naar meer uitgesproken smaken.

4.             Betrek kinderen bij het kopen en koken

Geef kinderen een rol in het ‘voedselproces’. Neem ze mee met boodschappen doen en laat ze helpen met kiezen. Ruik in de winkel samen aan de groenten en vertel wat er ligt. Benoem de specifieke eigenschappen. Daag ze uit mee te denken over mogelijke combinaties. Wees positief over eten en laat merken dat het water je al in de mond loopt. Versterk het verhaal over eten door samen te kijken naar wat goed voor de ‘motor’ is en wat niet. Laat ze zelf nadenken en kauw antwoorden niet voor.

5.             Presenteer het eten mooi. Maak er een feestje van!

Laat je kind meehelpen door het eten creatief te presenteren. Leg niet teveel op het bord, dat kan ervoor zorgen dat je kind er letterlijk als een berg tegenop ziet het bord leeg te eten. Of om er überhaupt aan te beginnen. Experimenteer met kruiden en ontdek wat ze lekker vinden. Vraag: “Wat denk jij dat lekker is bij dit eten?” Desnoods geef je ze een theelepeltje met kruiden die ze zelf over het eten mogen ‘gooien’.

6.             Spreid de eetmomenten over de hele dag

Veel ouders maken zich zorgen of hun kind wel voldoende voedingsmiddelen binnenkrijgt. Spreid daarom eetmomenten over de hele dag, dan komt het niet voornamelijk aan op het avondeten. Begin met een goed ontbijt samen met je kind. Ontbijt je zelf niet, dan geef je geen goed voorbeeld (zie tip 1). Geef je kind vooral ’s morgens gevarieerd en voldoende fruit. En geef ze wat rauwkost, een shake van groeten en stukjes fruit mee naar school. Als je dit nog niet deed, dan zal je kind mogelijk weerstand bieden en dan geldt: zet door! Echt! Het is even moeilijk, maar zie het als een investering. Uiteindelijk weet je kind niet beter en wordt het een gezonde eter.

7.             Stel de proefregel in

Spreek af: eten is nooit vies. Dat is niet lief voor degene die zijn of haar best heeft gedaan om iets lekkers te koken. Je kunt een voorbeeld geven: “Als jij cakejes hebt gebakken en wij zeggen: ieh bah!, dan vind je dat vast ook niet leuk”. Spreek ook af dat alle nieuwe dingen een eerlijke kans krijgen door ze te proeven. Breng het grappig door bijvoorbeeld te zeggen: “Welkom Asperge!” Waarop de asperge antwoordt: “Hallo, ik ben Asperge en ik ben heel goed voor jou. Er zitten heel veel vitamientjes en mineralen in mij en daardoor voel jij je fijn.” Doe mee en vertel wat jij proeft. En laat je kinderen ook beschrijven wat ze proeven, ruiken en zelfs voelen. Een worteltje voelt glad, een aardappel kruimig.

8.             Zorg voor een overgang van ‘fout’ naar ‘goed’

In één dag overstappen naar een gezondere levensstijl is ongetwijfeld te ambitieus, zeker als je kinderen (en jij?) gewend zijn aan ‘foute’ voedingsmiddelen. Beginnen met een combinatie van fout en goed is dan vaak slimmer. Zo raken ze langzaam gewend aan ander eten. Het boek ‘Natuurlijk en gezond (op)VOEDEN’ van Julia Kang kan je hierbij goed helpen. Er staan veel combinaties in van fout met goed. Bijvoorbeeld: banaan bestrooid met (bio) chocoladehagelslag en vers geraspte kokos. Of een fruitsalade van stukjes appel en peer met rozijntjes en wat kaneel. De combinaties zijn ook heel geschikt voor de lunch. Overstappen van fout naar goed kan ook prima door vaker voor de biologische variant te kiezen.

 

Tekst: mind schrijfster Wendy Borst voor VivOnline met dank aan Laurette Saurwalt en Judith Kampman.